Baars beschouwt: Rutger Bregman als filosoof.

Baars beschouwt: Rutger Bregman als filosoof.

© Monsters slapen nooit.

Ja hoor mensen, het is zover gekomen: Rutger Bregman gaat het theater in. Rutger Bregman stapte het publieke toneel op met het schrijven van boeken en kreeg bij zijn tweede boek al veel media aandacht. Er was iets bijzonders aan hem. Maar wat was dat? Een historicus die filosofische dilemma’s oplost? En dat terwijl hij krap de dertig gepasseerd is. Toe maar. Is het hoogmoed? Is het naïviteit? Is het oprecht? Is het uit economisch motief? Dat moeten wij ons toch eens gaan afvragen.

De jonge historicus

Bregman debuteerde in 2012 met het boek ‘Met de kennis van toen’, maar kreeg veel media aandacht met zijn opvolger ‘De geschiedenis van de vooruitgang’. De titel was al gewaagd. De vraag naar het al dan niet aanwezig zijn in de wereld van vooruitgang, is tenslotte een filosofische vraag. Daar zijn dan altijd veel theorieën over, maar definitief beslist lijken die vraagstukken nooit te worden.

Hij maakte aanvankelijk indruk door ons met staafdiagrammen en andere statistieken op de hoogte te stellen van de meest recente wetenschappelijke inzichten, die aan zouden tonen dat we ontegenzeggelijk door de geschiedenis heen afkomen van verschrikkelijke omstandigheden en gaandeweg het steeds beter hebben gekregen. Vooruitgang dus.

De volgende stap?

Ik maakte mij erg vrolijk over deze positieve boodschap van Bregman, maar behield toch mijn reserve over zijn hypothese. Mijn voortreffelijke filosofieleraar op de HTF, Sjoerd Slagter, had mij immers toevertrouwd niet te geloven in menselijke vooruitgang voor wat betreft geluk. Tweehonderd jaar geleden dreven de drollen misschien door de straat en at men zowat iedere dag kale aardappelen; men was niet perse minder gelukkig dan wat wij nu zijn.

Vooruitgang is er evident wel op technologisch en wetenschappelijk gebied, wat bijvoorbeeld in de geneeskunde goed te merken valt. Maar dat was niet de strekking van Bregmans betoog. Hij trok het veel breder.

Er volgden nieuwe boeken van Bregman, zoals ‘Gratis geld voor iedereen’, dat een triomftocht door de wereld zou maken en in het Engels zou klinken als ‘Utopia for realists’. Van harte omarm ik Bregmans hierin opnieuw naar voren gebrachte idee van het invoeren van een universeel basisinkomen, en ook zijn betoog voor open grenzen en een veel kortere werkweek kan op mijn sympathie rekenen.

De man heeft goede en bruisende ideeën. En ook van harte toegegeven: zijn argumentatie heeft hij goed op orde. Hij documenteert zich voortreffelijk en schrijft in goed helder Nederlands dat iedereen kan volgen. Wat zou zijn volgende stap zijn?

De meeste mensen deugen

Nu dan: zijn nieuwste boek komt uit en het heet ‘De meeste mensen deugen’. O jee, dacht ik bij het lezen van de titel, daar gaan we weer. Weer de historicus die een eeuwenoud filosofisch vraagstuk denkt te beslechten. Dat is natuurlijk gedoemd om te mislukken. Al komt hij nog met zoveel overtuigend klinkende diagrammen en uitslagen van wetenschappelijke onderzoeken.

Mij bekruipt nu langzaamaan het gevoel alsof hij hoogstpersoonlijk van de berg Olympus is neergedaald om aan ons zijn nieuwste inzichten te verkondigen. Als een ware Zarathoestra is hij tot de wijsheid gekomen dat de meeste mensen deugen. Dat dit natuurlijk alles te maken heeft met zijn persoonlijke psychologie en zijn persoonlijke levenservaringen, zal hem misschien ontgaan. Of toch niet? Mocht hij zich bewust zijn van zijn keuze, dan worden we al snel cynisch.

Want dat zou betekenen dat hij het boek geschreven heeft vanuit carrière perspectief.

Is de mens goed of slecht?

De kwestie of mensen deugen of niet, is al becommentarieerd door de Oude Grieken, zoals zij praktisch alle grote vraagstukken toen al doorgedacht hadden. Maar in de filosofie is de behandeling van het onderwerp door de filosofen Rousseau en Hobbes beroemd.

Rousseau

Volgens Rousseau was de mens van nature goed. Vroeger leefde de mens solitair en deed hij niet veel kwaad. Het ging pas mis toen mensen zich gingen cultiveren. Er was ergens iemand die met een stok een lijn om een stuk grond trok en zei: ‘Dit stuk is van mij’, waarmee het bezit in het leven geroepen werd.

Door die cultuur is de mens vervreemd geraakt van zijn ware aard en meer en meer geneigd geraakt tot slechte daden. Rousseau pleitte overigens niet voor een terugkeer naar vroegere tijden. Dat zou volgens hem niet haalbaar zijn. Maar goed, oorspronkelijk was de mens goed, dat is wat hij zei.

Hobbes

Zo niet Hobbes. Die zei dat wij mensen een regering nodig hebben met wetten en regels, want zonder die teugels is de mens vogelvrij. En dat betekent een oorlog van allen tegen allen:

"Homo homini lupus est." (De mens is tot de mens een wolf.)

De mens zou in zo’n vrije wereld elke dag voor zijn leven vrezen. Door geweld te gebruiken kunnen mensen zich verrijken, zonder zelf arbeid te hoeven verrichten. Mensen lopen dus altijd het gevaar dat anderen zich met geweld meester maken van hun spullen of dat anderen ze tot slaaf maken, of zo mogelijk nog erger. Het recht van de sterkste geldt dan.

Maar volgens Hobbes ontlopen mensen elkaar weinig in fysieke kracht, en ook zwakken zijn door list en bedrog in staat om van een sterkere te winnen. Zo ontstaat dan de natuurlijke toestand van de mens: een ononderbroken oorlog van allen tegen allen.

Economie en egoïsme

Verlaten wij even de filosofie en kijken wij naar andere vakgebieden, dan word ik al niet veel hoopvoller. De economie bijvoorbeeld. Mensen zijn in staat tot altruïsme, daarvan ben ik overtuigd. Maar voor het overgrote deel zijn mensen toch door en door egoïstisch. Dat behoeft niet veel overtuiging: iedereen die volwassen is heeft dat in de praktijk wel geleerd denk ik.

Als je bijvoorbeeld in de supermarkt bij de kassa in de rij staat en er wordt een nieuwe kassa geopend, moet je eens kijken hoe snel mensen zich naar de nieuwe kassa spoeden en de eerste willen zijn.

Wat zegt de biologie?

Vanuit de biologie komt er ook al geen positieve boodschap over ons mensen. De mens wordt gezien als de grootste plaag die de aarde teistert. Dat zou toch een beetje raar zijn als de meeste mensen deugen. Dan zou de terreur van de minderheid zorgen voor de overheersende ellende in de wereld.

Proactieve en reactieve agressie

In de Trouw van 1 december 2018 staat een boeiend artikel van Mark van Vugt over de kwestie bezien vanuit het perspectief van evolutionair biologen. De titel: ‘Agressie heeft twee menselijke gezichten’.

Hij haalt Harvard onderzoekers aan die onderscheid maken tussen twee vormen van agressie: proactieve en reactieve agressie.

  • Bij proactieve agressie gaat het om geweld dat strategisch gebruikt wordt om tegen lage persoonlijke kosten een doel te bereiken. Die vorm van agressie is berekenend en maakt weinig emoties los bij de aanvaller. Voorbeelden zijn pestgedrag, drugsmoorden of militaire operaties. Wij delen deze vorm van agressie met de Chimpansee, die ook geweld inzet voor strategische doelen.
  • Bij de andere vorm, de reactieve agressie, gebruikt men geweld om aan een bedreigende situatie te ontkomen, zoals bij bijvoorbeeld zelfverdediging of een escalerende burenruzie. Deze vorm is impulsiever, emotioneel sterk geladen, en gaat vaak gepaard met frustratie en boosheid. Bij de sociaal tolerante Bonobo blijkt deze vorm van agressie veel minder voor te komen, en proactieve agressie is bij hun zelfs nog niet waargenomen.

De mens lijkt meer op de Chimpansee als het gaat om calculerende, proactieve agressie, terwijl wij net als de Bonobo heel weinig reactieve agressie vertonen en binnen onze groep eigenlijk vredelievend zijn.

Van Vugt eindigt zijn column met de boodschap dat Rousseau en Hobbes beide dus een beetje gelijk hebben:

"De mens is van nature allebei agressief en vredelievend, deels Chimpansee en deels Bonobo. Terwijl we gezellig met onze families de feestdagen doorbrengen, worden er ergens ter wereld in onze naam oorlogen gevoerd."

Het blijft een dilemma

Zo zien we dat een filosofisch dilemma niet zomaar opgelost is, maar ook dat we een wetenschap rijker zijn.

Als je toch een positieve of negatieve mening wilt vormen over of de mens deugt of niet deugd, dan verlaat je onherroepelijk de positie van de complexe nuance en ben je één van deze twee dingen: naïef of cynisch. Het is duidelijk dat Rutger Bregman ervoor kiest om zich als naïef te openbaren.

Feit blijft dat de wereld vol ellende zit en we elkaar als mens vreselijke dingen aandoen. Daar zou je heel gemakkelijk cynisch van kunnen worden.

Dat Bregman liever kiest voor de positie van naïeveling, of anders geformuleerd: een positieve boodschap wil uitdragen, heeft ook wel iets liefs. En of je nou naïef of cynisch bent, het is altijd belangrijk om te proberen te blijven lachen in het leven. Dat maakt het wat dragelijker allemaal.

En daarom lachen we ook maar een beetje naar Rutger Bregman met zijn nieuwe boek.

Arjen Baars

Geschreven door Arjen Baars

Schrijver, lezer, denker. Lees meer op zijn blog: baarsbeschouwt.blogspot.com.

Geef een reactie