Een hartverscheurend verhaal over 22 honden, een rubberboot en de Nederlandse taal

Een hartverscheurend verhaal over 22 honden, een rubberboot en de Nederlandse taal

© Monsters slapen nooit.

Vrijdagmiddag, klokslag twee uur, en ik bevind me bij de rode stoeltjes van de hoofdingang in de Centrale Bibliotheek van Rotterdam. Ik ben blij dat ik het tijdstip gehaald heb, nu is het een kwestie van goed om me heen kijken. Ik heb afgesproken met Mansur*, een 32-jarige Syrische jongeman die nu ongeveer een jaar in Rotterdam woont.

Rotterdammers voor elkaar

We hebben elkaar nog nooit in levenden lijve gezien: deze afspraak is tot stand gekomen via de website www.rotterdammersvoorelkaar.nl, waar je als particulier of als stichting hulp kunt vragen en aanbieden. Toen ik naar Rotterdam verhuisde heb ik daar een profiel aangemaakt, op zoek naar passend vrijwilligerswerk. Al snel kreeg ik mijn eerste berichtje: Mansur uit Syrië wil graag hulp bij het leren en oefenen van Nederlands.

Ik word op mijn schouder getikt en zie een vriendelijke glimlach. “Iris?” We schudden elkaar de hand, maken kennis en we banen ons via de smalle roltrappen een weg naar het Taalhuis op de eerste verdieping. Hij leidt me naar een tafeltje waar zijn tas, blocnote, pen en huiswerkoefeningen al klaarliggen. Weer die ontwapenende grijns. “Al sinds elfeneenhalf uur ik hier studeren. Jij begrijp?”

NT2-kriebels: hoe leer je iemand Nederlands als tweede taal?

Wat mij meteen opvalt is de enorme gedrevenheid voor zijn studie. Hij vertelt me dat hij nu sinds vier maanden 4 dagen in de week op een taalschool zit. Hij laat me het NT2 boek “De opmaat” zien. Maar hij vindt het erg moeilijk. In zijn werkboek krijgt hij oefeningen over grammatica en spelling, terwijl hij eigenlijk nog niet goed kan lezen. “Bij de taalschool geven ze opdrachten, maar ze leggen niet uit en beantwoorden geen vragen”, legt hij gebarend uit.

Ik trek een bedenkelijk gezicht. Ik merk dat een al langer aanhoudende frustratie zich aan mij opdringt. Ik ben het de afgelopen jaren zo vaak tegengekomen: om een echte NT2-docent (“Nederlands als tweede taal”) te worden moet je een post-hbo of universitaire studie afronden. Je krijgt dan alle handvatten om een nieuwe Nederlander stap voor stap de Nederlandse taal machtig te maken.

Vrijwillige taaldocenten

Maar er zijn sinds een aantal jaar veel te weinig officieel opgeleide NT2-docenten voor het aantal nieuwe Nederlanders dat de taal wil of moet leren. Stichtingen zitten vol met laaggeletterde immigranten, maar zonder taaldocenten. Wat je dan krijgt is dat de stichtingen moeten terugvallen op vrijwilligers. Mensen die Nederlands als moedertaal hebben en die de taal in de praktijk willen oefenen met mensen met een andere moedertaal.

Heel erg fijn en goed dat die vrijwilligers dat doen, natuurlijk. Maar, net als ikzelf, zijn zij hier niet voor opgeleid. En de Nederlandse taal zonder enige handvatten oefenen met iemand die de taal nog niet kan lezen en schrijven is zo makkelijk nog niet.

Hoe leg je bijvoorbeeld in simpele, korte zinnen het gebruik van de drie lidwoorden goed uit? Of het verschil van sterke en zwakke werkwoorden en verschillende grammaticale tijden aan iemand die een moedertaal heeft die geen verschillende tijden kent? Of, zoals een vraag van Mansur aan mij luidde: “Waarom zit ik ‘in de tuin’, maar ‘op school’ en niet ‘in de school’?”. Ja, goede vraag. Waarom in vredesnaam?

Mansur "De Gedreven Durfal": de held van dit verhaal

Gelukkig heeft Mansur zelf een goed idee waar ik hem bij kan helpen. Hij laat me de lange woordenlijst in zijn studieboek zien. Links naast de afgedrukte Nederlandse woorden heeft hij met potlood de betekenis in het Arabisch geschreven. Hij wil mij de woorden graag hardop voorlezen, zodat hij tegelijkertijd het lezen oefent en de uitspraak kan leren. Ik zie dat hij het heel graag goed wil doen. Hij is niet snel tevreden over zijn eigen werk en vindt het erg lastig dat hij de grammatica en lidwoorden nog niet begrijpt.

Maar ik ben werkelijk onder de indruk van wat hij in vier maanden al heeft geleerd. Zeker als je weet dat hij naast zijn studieboek eigenlijk geen ondersteuning en uitleg krijgt. Hij heeft vrijwel het hele alfabet al onder de knie, alleen de ‘x’ is nog lastig.

Wat hij vooral moeilijk vindt zijn de klanken eu, ui, uu en oe. Hij kan ze lezend nog niet zo goed van elkaar onderscheiden en met zijn uitspraak verwisselt hij wel eens de klanken in een woord. Zo begreep hij, nu ik het uitsprak, eindelijk het verschil tussen “deur” en “duur”.

Maak de zinnen af

Bovenaan zijn meegenomen huiswerkopdracht staat: “Maak de zinnen af”. Mansur weet helaas niet wat “zinnen” betekent en begrijpt niet wat hij moet doen. Maar samen met Google Translate en een versimpeling van de oefening gaan we aan de slag. Hij is een zeer serieuze en geconcentreerde leerling. Hij durft te vragen én te spreken.

Zo vertelt hij dat hij bijna iedere dag in het centrum gaat lopen, waar veel winkels zijn. Niet om iets te kopen, maar om een praatje te maken met de verkoper om zijn Nederlands te oefenen. Hij verontschuldigt zich en zegt: “Misschien niet goed…”. Maar ik geef hem juist een compliment. Wat hij hier al een jaar iedere dag doet, is iets wat ik op iedere vakantie naar een Spaans- of Franstalig land eigenlijk helemaal niet durf.

Mansur vertelt zijn verdrietige vlucht

Dan verschijnt Grote Liefde* in mijn gezichtsveld. We zijn samen naar de bibliotheek gekomen en zijn toen ons eigen weg gegaan. Het blijkt dat Mansur en ik al bijna anderhalf uur bezig zijn. We hebben elkaar tijdens het oefenen ook wat beter leren kennen. Hij geeft Grote Liefde hartelijk een hand en stelt zich voor. We gaan nog even met zijn drieën zitten om een nieuwe afspraak te maken.

Mansur had me al verteld dat hij uit Syrië is gevlucht en helemaal alleen is in Nederland. Dat hij in Damascus werkte in de tapijtwinkel van zijn broer en dat hij daar met de hand tapijten repareerde. Dat hij veel broers en zussen heeft die nu overal door Europa en het Midden-Oosten verspreid zijn. Maar nu we met zijn drieën in een meer informele setting lijken te zijn gekomen, verandert de dynamiek tussen ons. Ook aan Grote Liefde vertelt hij de eerdergenoemde informatie, maar tijdens zijn uitleg zie ik ineens de emotie in zijn gezicht verstarren en zijn blik oneindig ver van ons verwijderd raken. Zijn ogen worden rood en vochtig.

Hij vertelt dat hij van Syrië naar Turkije is gevlucht. “Daesh” (IS) heeft een bloedbad aangericht in zijn dorp. Ze hebben de grond die hij geërfd had van zijn grootvader ingenomen en zijn 22 honden doodgeschoten. “Waarom? Wáárom?” fluistert hij, zijn handen met zijn palmen naar de hemel van de Bibliotheek gerezen. Ze hebben familie vermoord, het dorp en de akkers verwoest. Hij had een groot stuk land, hield van zijn familie en was gek op zijn honden. Dat is nu allemaal weg. “Waarom?”

Mansur voelde zich genoodzaakt te vluchten. Eerst naar Jordanië, waar één van zijn zussen ook is, toen via Turkije naar Griekenland om in Europa een bestaan op te bouwen. “In Europa geen corruptie, geen geweld,” verklaart hij.

De barre overtocht: van Turkije naar Griekenland in een rubberboot

Mansur vertelt dat hij veel geld moest betalen voor de overtocht, en hij verwachtte dan ook een groot schip. Echter, op de ochtend van vertrek had zich op het strand een enorme menigte mensen verzameld, en er bleken slechts een paar rubberbootjes te zijn.

Er waren veel vrouwen en kinderen en geen zwemvesten, drinkwater of voedsel beschikbaar voor de overtocht. Volgens de ronselaars zou die ongeveer 6 á 7 uur moeten duren. In Mansur zijn geval werd het 3 dagen. Hij schept met zijn beperkte woordenschat een even ongelooflijk scherp en duidelijk als verschrikkelijk beeld van deze driedaagse boottocht.

Zijn verhaal is ziel doorsnijdend. De overvloed van mensen op het strand werd verdeeld over het kleine aantal opblaasbootjes. In Mansur’s boot gaan 60 mensen. De mannen worden aan de buitenkant geplaatst, de vrouwen en kinderen in het midden van de boot, beschermd door de kring van mannen om hen heen.

Midden op zee

Midden op zee, met al uren geen land in zicht, worden de kinderen hongerig en bang en beginnen te huilen. De moeders proberen ze te troosten. Midden op zee, met al uren geen land in zicht, raakt de rubberboot in een storm verzeild. Uit de wilde zee ontspringen huizenhoge golven. Het huilen van de kinderen verandert in schreeuwen en nu beginnen ook de moeders te huilen. Met iedere klap waarmee de boot door een golf op de zee wordt gesmakt, worden er kinderen gelanceerd die buiten de boot belanden. Ze kunnen niet zwemmen. De huilende moeders beginnen ook te schreeuwen. Iedere nieuwe golf zorgt voor minder mensen in de boot.

Na drie dagen komt Mansur in Griekenland aan. Samen met de slechts 16 andere mannen die de overtocht hebben overleefd. Weer heft hij zijn handpalmen naar boven en vraagt met een wanhopige en verstikte stem: “Waarom? Wáárom?” Hij pakt een papieren zakdoekje uit zijn tas en dept zijn ogen.

Ik weet me geen houding te geven, maar ik wrijf zachtjes over zijn schouder in een poging mijn steun en medeleven uit te drukken. Hij verontschuldigt zich en probeert zich te herpakken. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Hij hoeft zich natuurlijk helemaal nergens voor te verontschuldigen. Ook ik slik mijn tranen weg.

Samen staan we toch iets sterker

Onze eerste afspraak heeft uiteindelijk bijna tweeënhalf uur geduurd. Een tweede afspraak staat gepland. Met de weinige handvatten die ik nu heb gaat het geen gemakkelijke taak worden, maar Mansur is blij met alle hulp die hij kan krijgen.

Daar vallen “gewoon” in de praktijk spreken en luisteren ook onder. Intussen ga ik mij verdiepen in hoe ik de Nederlandse taal het beste aan nieuwe Nederlanders en laaggeletterden kan leren en zal ik ondersteunen waar ik kan. Aan onze gedeelde motivatie zal het niet liggen.

Mansur en ik kwamen gezamenlijk tot de conclusie: mensen kunnen elkaar vooruithelpen door simpelweg naar elkaar te luisteren en met elkaar te praten. Écht luisteren: met geduld en een open hart en blik. Écht praten: oprecht, naar waarheid, respectvol en transparant. Want uiteindelijk kunnen we allemaal van elkaar leren.


*: Uit privacyoverwegingen heb ik de naam van mijn taalmaatje veranderd in Mansur, wat “overwinnend” betekent, en die van mijn man in Grote Liefde, wat hij voor mij is. Aan de rest van het verhaal is helaas niets verzonnen.

Iris Anastasia

Geschreven door Iris Anastasia

Iris Anastasia (1989) schrijft, tekent, schildert, fotografeert, droomt, denkt en dicht zich door het leven heen. Een geboren passie voor klinkende taal combineert zij met een diepgewortelde interesse in mensen, dieren, cultuur en natuur. Na wereldse omzwervingen nu woonachtig in Neerlandsch grootste havenstad: Rotterdam. Mét Grote Liefde en Kattenkind Edgar Allan Poe de Tweede.

2 reacties

Wat een mooi en ontroerend verhaal, dat heb je heel mooi beschreven.

Echt een tranentrekker. Helaas dat dit echt gebeurd is. Maar ook heel mooi dat jij hem kan helpen.

Geef een reactie